Baes Gansendonck

De heer Libeer onderrichtte me in de krant. Game of Thrones is pure Shakespeare, musical en film zijn zelfbedruipende genres, kunstenaars in andere kunsttakken zijn parasieten. Gelukkig dat hertog Filips van Bourgondie en Joos Vijdt er niet zo over dachten, of we hadden nooit naar een schilderij van Jan Van Eyck kunnen kijken. Bovendien zijn de grootste mecenassen van beeldende kunstenaars en schrijvers zijzelf en hun familieleden, met jarenlange, geduldige, discrete investeringen in kennis en kunde. En plotseling dacht ik terug aan die spreekwoordelijke Baes Gansendonck. Dank aan ons aloude Franse boegbeeld Conscience!

Als niet komt tot iet
Dan kent iet zichzelven niet

Baes Gansendonck was een zonderling man. Ofschoon uit de nederigste dorpbewooners geboren, had hy zich echter al vroeg gaen inbeelden dat hy van veel edeler stof gemaekt was dan de andere boeren; dat hy alleen veel meer wist dan een gansche hoop geleerden te samen, dat de Gemeentezaken in de war liepen en den kreeftengang gingen, alleenlyk omdat hy, met zyn groot verstand, geen Burgemeester was, – en vele andere dingen van dien aerd.
En nochtans, de arme man kan lezen noch schryven en had van de meeste zaken zeer weinig vergeten…… maer hy had toch veel geld!
Langs dien kant ten minste, geleek hy aen vele voorname lieden, wier verstand ook in eene kist onder slot ligt, of wier wysheid, tegen 5 per cent uitgezet, jaerlyks met den intrest op nieuw in hun hoofd komt.

Hendrik Conscience, Baes Gansendonck, Buschmann, Antwerpen, 1850.

(Mijn achthonderdste bericht. Dank aan u, hooggewaardeerde lezers.)

Bloomsbury

BloomsburyCookbook_title_26523

Ha, Bloomsbury. Een paar sublieme romans, een enkele dichtbundel, dagboeken en brieven, schilderijen en dan ook nog de economische theorieën van John Maynard Keynes. (Als kunstenaar bevriend zijn met Keynes betekende dat je hem kon vragen om je centen voor je te beleggen, wat hij met vrucht deed.) Een buurt in Londen en portretten in de National Portrait Gallery. Die dingen ontdek je het eerst. Vervolgens kan je biografieën beginnen te lezen van alle leden van deze avontuurlijke Londense groep kunstenaars. En als je geluk hebt, geeft iemand je op een mooie vrijdag een boek cadeau waarvan je niet wist dat het bestond. “Bloomsbury is beroemd om zijn intellectuele en artistieke verwezenlijkingen, om sprankelende, zij het scherpe gesprekken, en om een bevrijdend negeren van maatschappelijke en seksuele conventies.” In de jaren 1920, waarde lezers. Actueler dan ooit, zou ik zeggen, nu beelden van onthoofdingen, kruisigingen en slavenhandel circuleren, en leden van een bepaalde Vlaamse elite breeduit in de kranten verkondigen dat Game of Thrones gerust Shakespeare kan vervangen en dat kunstenaars parasieten zijn.

Deels kookboek, deels ideeëngeschiedenis en kunstgeschiedenis, is een betere combinatie eigenlijk denkbaar? En nu het tijd wordt voor een hapje van het een of ander, zie ik dat recept voor ronde toast met gebakken champignons en ansjoviscrème plotseling wel zitten. Het recept hoort bij het hoofdstukje over de filosoof G.E. Moore. ” ‘Goede’ gemoedstoestanden en de ethische zoektocht van het individu naar waarheid en geluk waren uiterst belangrijk voor Moore, en deze ideeën legden de basis voor de Bloomsbury groep.”

Stik zeg!

Usbkey_internals

Ik verloor een usb-stick in de Maria Theresiastraat in Leuven. Het voorwerpje bevat een uitgebreid hoofdstuk over Pieter Bruegel en Dulle Griet, en fragmenten van een ander hoofdstuk over Bruegel. Beide hoofdstukken zijn intussen al gewijzigd, uitgebreid, verfijnd, op mijn laptop. Het is maar dat een eventuele vinder het weet: het copyright bevindt zich schrijfster dezes.

Mooiste

het-badhuis-corine-kisling

Er is natuurlijk Chateaubriand, die ik herlees en later nog eens hoop te herlezen. Hij schreef een subliem soort Frans, het doet me haast betreuren dat een van mijn voorvaderen ooit naar het Noorden en het Nederlands is getrokken. In het Nederlands, echter, is Het badhuis van Corine Kisling misschien wel het mooiste dat ik dit jaar las.

“Een oude vrouw is uitgegleden in bad en kan er op eigen kracht niet meer uit. Haar geroep om hulp wordt niet gehoord. In de bange uren (wellicht dagen) die ze in de steeds verder afkoelende badkuip doorbrengt komen herinneringen boven aan tragische gebeurtenissen in haar leven….”

Subtiel en ontroerend. Een parel.

Ezelsoor

Ik vouw een ezelsoor in de bladzijde, nog vaker markeer ik met mijn duimnagel de marge. U vindt dit barbaars? Hugo Claus maakte brandvlekken met zijn sigaret, naast mooie passages. Lippenstift lijkt me in bepaalde gevallen ook nog bruikbaar.
Chateaubriand beschrijft het Hradschin in Praag.
“Niet ver van deze vormeloze massa’s stak een mooi gebouwtje, gekleed in een elegante cinquecentoportiek, tegen de hemel af: deze architectuur heeft het ongemak, niet in overeenstemming te zijn met het klimaat. Als men ten minste, tijdens de Boheemse winters, deze Italiaanse paleizen in een warme serre kon plaatsen, samen met de palmbomen? Ik dacht altijd aan de koude die ze ‘s nachts moesten lijden.”
F.-R. de Chateaubriand, Mémoires d’outre-tombe, livre trente-huitième, chapitre dix.

Klassiek

Soms is het al een tijd geleden dat men nog eens een klassiek boek uit het eigen vakgebied heeft gelezen. Herontdekking is dan een blijde gebeurtenis.

“Men moet het niet te nauw nemen met het ‘belangeloze welbehagen’ waarover de aesthetici zo gaarne spreken. Wanneer ik mij onder de toeschouwers bevind, deel ik wel niet in de gebeurtenissen op het toneel, maar ik neem wel deel aan hen door mijn medeleven. Mijn nieuwsgierigheid en weetgierigheid worden geprikkeld. ‘Belangeloos’ kan hier slechts betekenen: die gebeurtenissen behoren niet tot de werkelijkheid, waarin ik ben verdiept, ik kan ze als het ware met de zalige ogen van een gestorvene aanschouwen. Een genre-tafereel herinnert mij aan gezinsgeluk, huiselijke behagelijkheid of gezellige genoeglijkheid, aan toestanden en belevenissen van mijn werkelijkheid. Landschapsstukken roepen mij reizen of tochten in het geheugen of een streek, waarin ik gaarne heb vertoefd en waar ik eventueel ook heb geleden. Maar alles is helder en licht geworden, van zijn scherpe kanten ontdaan, zoals bij dingen op een afstand naar tijd en ruimte. Vrijwillig, zonder enige dwang, keer ik mij tot het beeld – dit is een beslissend punt – en verwerf daarbij de superieure rust, het geluk van de zuivere beschouwing. Zien zonder vooropgezet doel is genietend zien. De kunst schept een tweede wereld, waarin ik niet acteur maar toeschouwer ben en die wereld gelijkt op het paradijs.”

Max J. Friedländer, Kunst en kennerschap, Nederlands door Dr. Anne Berendsen, Leiden, 1948, p. 20.

Patroon

Ghirlandaio, H. Hieronymus, Chiesa Ognissanti, Firenze

Ghirlandaio, H. Hieronymus, Chiesa Ognissanti, Firenze

Vissers, kappers en naaisters voor haute-couture hebben hun patroonheiligen, vertalers ook. Op schilderijen krijgt Hieronymus vaak een mooie studeerkamer mee, dat is een prettige bonus. In Zeno X Gallery toont AMVK nog steeds haar rijdende studeerkamers/carrels, op de afbeelding hierboven lijkt het studeervertrek op een alkoof, met een gordijn afgesloten. Concentratie, meer heeft een mens niet nodig.

En opeens sta ik in gedachten op piazza Ognissanti. Zo weids, zo mondain, zo Frans, zo Engels. Institut français, English bookshop, een standbeeld van Carlo Goldoni, een snoepwinkel, een heel mooie jas in een herinnerde, verdwenen etalage. Hoe zou het er zijn?