Bruegel en Timmermans

17cockai

Pieter Bruegel, Luilekkerland, 1567, Alte Pinakothek , München

De intussen gebruikelijke manier waarop in Bruegels land naar Bruegel werd gekeken, wekte Paul Van Ostaijens ergernis. Aan de Bruegelviering van 1924 bewaarde hij wrange herinneringen:  “Men doorkruiste de straten van Brussel in versleten plunjes uit de arme garderobe van een theaterkostumiertje en daarna is er een banket geweest: daar prijkte op elke langtafel ter ere van de gevierde en om in zijn sfeer te blijven – waarachtig, het is geen fantasie van mij – een kalfskop! Tot meerdere eer en glorie! Neen, dit is niet alles. De feestredenaars, die de hulderede moesten afsteken meenden niet voortreffeliker te kunnen handelen dan door in brussels jargon, geen dialekt, maar een afschuwelijk verbalemonden van ons nederlands  – naast Rembrandt de meest vergeestelikte onder alle nederlandse schilders voor te stellen.” Ach, de zogenaamde kenners gooiden gemakzuchtig alles op een hoop. “Voor hen die Bruegel en Pallieter – God betere ‘t – in één adem noemen, moge toch eens daarop gewezen worden dat zij twee volstrekt verscheiden werelden superposeren. Bruegel neemt geen deel aan de boerenvreugde, aan de voorgestelde boertigheid. Timmermans integendeel bestaat alleen door een steeds opnieuw betuigde deelname, in het tempo van een climax in deze deelname. Bruegel hoort zelf niet thuis in zijn schilderijen. Timmermans staat midden in de handel van zijn Pallieter. Breugel eet niet mee van de rijstevlaaien, maar Timmermans doet waarachtig zijn uiterste best door overdreven meezwelgen zich populair te maken. [….]  Onder al de Vlaamse kunstenaars is juist de lukrake genieter Timmermans, degene die het allerverst van Breugel is verwijderd.”

L. Huet, Pieter Bruegel. De biografie, hoofdstuk 8

 

Je suis en terrasse

leuven-gambrinus

Het mooie aan volwassen zijn is, denk ik, dat je sneller vertelt wat je zoal denkt. Aan een goede vriendin, op een terras. Dat is niet moeilijk of dramatisch, je kunt het en je doet het. En misschien is dat ook de reden waarom je leeft? Wat denken we echt over het leven, het lichaam, de geest, verdriet, humor en geluk? Zijn vrouwen voorbestemd om moeder te worden of niet? Moeten we van geslacht veranderen wanneer ons lichaam ons benauwt of is het de moeite niet waard? Want ons lichaam, laat ons eerlijk zijn, zal ons altijd benauwen. En daarna kunnen we lachen om Dinantse koek, Australische politici die geboren werden uit inteelt met een tomatenplant (dixit Johnny Depp), de heerlijke kapitein Jack Sparrow en de lieflijke poedel (het meest onderschatte hondenras) aan de tafel naast de onze. Mensen wandelen in de zonneschijn voorbij en wij drinken tomatensap en witte wijn, dat is genoeg.

Monello & Jeanne

kippenMijn vader kon de eenzaamheid van de aangewaaide haan niet langer aanzien en kocht een kip. “Nu maar hopen dat het liefde op het eerste gezicht is. Als ze maar niet denkt: Ja maar gij niet, hé vriend…” – “Ik denk dat kippen zoiets minder rap denken dan vrouwen,” opperde ik.

En inderdaad. Sinds kort eet ik alle dagen een eitje. Dankzij Jeanne, de elegante kip die zo heerlijk als een kip zonder kop kan rondhollen.

Omslag

Pieter BruegelEen gesprek in Interne Keuken maakt het ook voor mij tastbaarder. De dag nadert dat ik het echte boek in mijn handen zal kunnen houden. Op 27 mei, zo belooft de uitgeverij, zal het in de winkels liggen. Net als Rubens en Rockox gehuld in een grafische cover, ontworpen door Dooreman. Met dat mooie blauw als bonus. Denkt u dat Bruegel hier een zelfportret maakte? Ha, dan biedt de tekst een verrassing.

Hanae Mori

hanae moriSoms wil je gewoon naar mooie jurken kijken. Ik geef toe, het is een bezigheid die ik niet snel beu word. En Hanae Mori is bij ons misschien te weinig bekend. Een heerlijk ontwerp van omstreeks de tijd dat mijn moeder me ter wereld bracht. Zelfs nog te koop, hier, bij Shrimpton Couture, een filiaal van de hemel.

Omnibus

Posy Simmonds, Mrs Weber's Diary

Posy Simmonds, Mrs Weber’s Diary (Klik om de afbeelding te vergroten)

Posy Simmonds’ Mrs Weber’s Omnibus lonkte me toe vanop een hoge plank in de stripwinkel en ik zeulde de turf tevreden naar huis. Honderden bladzijden lees- en kijkgenot, dat wist ik wel zeker. Zelfs de schutbladen oogden perfect: ik genoot van Simmonds’ eigen versie van het toile de Jouy-motief, twee decennia geleden zo populair als interieurstof in de betere kringen. Mrs Weber’s Omnibus bevat de tekeningen die Posy Simmonds maakte voor bladen als The Guardian en The Spectator. We maken kennis met Mrs Weber in januari 1978 en we kunnen haar volgen tot aan het begin van de jaren ‘90. Wendy Weber is een schrijfster van kinderboeken, moeder van zes en getrouwd met George, een docent Postmodernica aan een hogeschool. Serieuze linkse mensen vol goede bedoelingen en met een kleerkast vol hippie-achtige plunjes; wat wij hier misschien echte selders zouden noemen, zoals je er in Leuven elke dag minstens vijftig op een bakfiets ziet ploeteren. Welnu, soepgroente of geen soepgroente, ik ben van Mrs Weber gaan houden. Ze probeert haar dochters feministisch op te voeden, glimlacht vriendelijk naar alle zwakkere medeburgers in haar straat en kiest waar mogelijk voor organische maaltijden, vol voedzame linzen en authentieke streekproducten. Uiteraard stuurt ze haar kroost niet naar dure privé-scholen, maar verdedigt ze de stelling dat de middenklasse moet investeren in het staatsonderwijs om de kwaliteit ervan voor iedereen op te drijven. Wanneer een van haar dochters echter faalt voor een vak, bekostigt ze tot jolijt van haar minder linkse vriendinnen wel een pas afgestudeerde wiskundige om bijles te geven. A private tutor, inderdaad. Ondanks die bijlessen wil haar sexy oudste niet voortstuderen maar meteen een bedrijfje opstarten en trouwen in een lange witte jurk in een kerk, weggegeven door haar vader (“Het is de schuld van prinses Diana. Zij heeft de jeugd echt een verschrikkelijk voorbeeld gegeven”).

Voor de onvolprezen Stripgids beleed ik opnieuw mijn liefde voor de geniale Posy Simmonds. Lees het hele verhaal in het volgende nummer!

Belvedere

Uitzicht op de Sint-Jacobskerk, Gent

Uitzicht op de Sint-Jacobskerk, Gent

Elk voordeel heeft zijn nadeel. Na een paar uur werken in het belvedere vraag ik me al af hoe men zonder belvedere kan leven. In de vier windrichtingen uitzicht over Gent, allemaal dankzij de gulheid van bouwmeester David ‘T Kindt, die in de jaren 1740 een middeleeuws steen verving door een gracieus stadspaleis, met als kers op de taart een unieke uitkijkpost op het dak. Nu is het belvedere het schrijversverblijf van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

“Op het opperste des gebouws, onder den zonnewijzer, is een uitkijk op geheel de stad. Men ziet er tot aan de Brugsche poort, Oostakker, Ledeberg, Sint-Pieters-buiten en Gentbrugge,” aldus historicus Frans de Potter in Het Belfort van 1892.

Uitzicht op Sint-Baafskathedraal en het Belfort, Gent

Uitzicht op Sint-Baafskathedraal en het Belfort, Gent